De
beeldschermwerktafel dient te voldoen aan NEN 2449.
- het bovenblad is geheel vlak of bestaat uit twee
onafhankelijk van elkaar in te stellen bladen: een blad voor het
beeldscherm en een blad voor de bedieningsmiddelen;
- het werkvlak is minimaal 120 c breed en voldoende
diep om de juiste kijkafstand te realiseren (minimaal 50 cm.);
- het werkblad kan in hoogte instelbaar zijn tussen
62 en 82 cm boven de vloer;
- De hoogte van werktafels met een vaste hoogte
bedraagt 74 tot 76 cm. Wel dient de werkopstelling in hoogte aangepast
te worden aan de taak en de lichaamsafmeting van de individuele
gebruiker. Bij een te hoge tafel wordt de werkopstelling met een
voetensteun passend gemaakt, een te lage tafel wordt met hulpmiddelen
hoger geplaatst. De werkhoogte voor lees- en schrijfwerk en werken met
de muis ligt in het algemeen zo'n 5 cm hoger dan de werkhoogte voor
beeldschermwerk;
- de dikte van het bovenblad inclusief
draagconstructie dient aan de voorzijde zo dun mogelijk te zijn,
maximaal 5 cm;
- er dient voldoende vrije beenruimte (ten minste
65 cm diep en 60 c m breed) en voldoende vrije voetruimte (ten minste
80 cm diep) te zijn;
- de werktafel dient te zijn voorzien van een licht
getint, doch niet spiegelend reflecterend (glanzend) bovenblad.
Voor zowel stoel als tafel geldt dat een goede
instructie moet worden gegeven over de instellingen om tot een goede
zithouding te komen.
|
|