Zitadvies

1. Lengtepositie van de stoel

Armen en benen bevinden zich in aangename positie dwz niet onder- of overstrekt.

 

omhoog

 

2. Zithoogte

Bovenbenen bevinden zich evenwijdig aan de zitting. Let op: goed zicht. Norm: tenminste 4 meter zicht voor het voertuig en vrij zicht (9°) omhoog.

 

omhoog

 

3. Kanteling zitting

Zitting iets achteroverkantelen. De bovenbenen moeten gedragen worden zonder druk op het zitkussen: streven naar variatie in zitpositie.

 

omhoog


4. Kanteling rugleuning

Zorg voor een hoek van 95 - 115° tussen zitting en rugleuning. De rug moet tot bovenzijde schouderbladen aansluiten op de rugleuning van de stoel.

 

omhoog


5. Lengte van de zitting

Door de bovenbenen optimaal te ondersteunen dient de zitting zo ver aan te sluiten op de knieholtes dat er 3 tot 4 vingers vrije ruimte is in de knieholtes.

 

omhoog


6. Dikte of volume van de lumbaalsteun

Een mechanisch lendensteun (Schukra) zorgt voor voldoende steun voor de bovenrand van het bekken en de onderrug.

 

omhoog


7. Zijdelingse steun van de rugleuning

Deze zijwangen zo instellen dat er een vlakke hand past tussen de zijwangen en het bovenlichaam. Deze steun mag de bewegingsvrijheid niet belemmeren.

 

omhoog


8. Hoogte en kanteling van hoofdsteun

De bovenkant van de hoofdsteun gelijkstellen aan de bovenkant van het hoofd. De afstand tussen hoofd en hoofdsteun is kleiner dan 4 cm. Kantel de hoofdsteun totdat deze gelijk staat tov het hoofd.

 

omhoog


9. Klaar

De stoel is nu goed afgesteld, u kunt nu ergonomisch verantwoord gaan rijden.

 

omhoog